IUI Indicatie

Er zijn drie belangrijke indicaties om in aanmerking te komen voor Intra Uteriene Inseminatie (IUI).

Deze indicatie voor IUI zijn:

  • Niet zwanger kunnen raken, zonder dat hier duidelijk aanwijsbare redenen voor zijn;
  • Te weinig baarmoederhalsslijm of baarmoederhalsslijm dat vijandig reageert op zaadcellen, waardoor de zaadcellen de baarmoeder niet kunnen bereiken;
  • Verminderde vruchtbaarheid van de man.

Bij deze laatste indicatie zijn er te weinig beweeglijke zaadcellen of teveel zaadcellen met een abnormale vorm aanwezig in het sperma van de man. Dit wordt onderzocht door middel van een semenanalyse. Hiermee wordt ook bepaald of het sperma voldoende kwaliteit heeft om een IUI-behandeling te kunnen laten slagen. Is dit het geval, dan worden, voorafgaande aan de intra uteriene inseminatie, de zwakke of dode zaadcellen gescheiden van de goed zwemmende zaadcellen. De zwemmende zaadcellen worden vervolgens kunstmatig ingebracht in de baarmoeder van de vrouw.

Doordat bij IUI de zaadcellen niet langs de baarmoedermond hoeven te zwemmen -waar ze vaak  achterblijven- bereiken ze allemaal de baarmoeder. Bovendien worden ze op het meest geschikte moment in de cyclus van de vrouw ingebracht. Hierdoor zijn er minder zwemmende zaadcellen nodig om bevruchting van de eicel te laten plaatsvinden, dan bij natuurlijke inseminatie (gemeenschap tussen man en vrouw).

Voorwaarden voor IUI behandeling

Voor elke vruchtbaarheidsbehandeling moet duidelijk zijn of de eileiders van de vrouw doorgankelijk zijn en of zij regelmatig een eisprong heeft . Dit is een voorwaarde voor het slagen van de behandeling. Er wordt daarom altijd eerst gekeken of de menstruatiecyclus van de vrouw regelmatig is en of er elke maand een eisprong plaatsvindt. Is dit niet het geval, dan zal Intra Uteriene Inseminatie gepaard moeten gaan met ovulatie inductie. Dat betekent dat toegediende hormonen (tabletten of injecties) zorgen voor een eisprong.

Onderzoek naar doorgankelijkheid eileiders
De bevruchting vindt plaats in de eileider. Is de eileider afgesloten, dan kunnen zaadcellen niet bij de eicel komen en vindt er geen bevruchting plaats. Afsluiting van, verklevingen rondom de eileiders en/of eierstokken worden meestal veroorzaakt door een infectie, zoals door chlamydia, door een fors ontstoken blinde darm of door operaties in de omgeving van de eileiders.

Onderzoek naar de doorgankelijkheid van de eileiders gebeurt met het zogenaamde hysterosalpingogram (HSG): op de röntgenafdeling van het ziekenhuis wordt poliklinisch een contrastvloeistof in de baarmoeder gebracht. Gezonde eileiders laten deze vloeistof door waardoor de vloeistof de buikholte bereikt. Dit kan op een monitor bekeken worden.
Een goed alternatief wordt gevormd door de zogenaamde “schuimecho”. Hier zijn geen röntgenfoto’s nodig. Een steriele schuimoplossing wordt met een dunne buis, ingebracht via de baarmoederhals,  in de baarmoederholte gespoten. Met behulp van een vaginale echo wordt gekeken of de vloeistof de baarmoeder verlaat via dunne buisjes ter weerszijden van de baarmoeder (de eileiders zijn nu zichtbaar gemaakt). Dit onderzoek wordt o.a. bij fertiliteitskliniek Nij Barrahûs verricht.

Onderzoek naar verklevingen in de buik wordt gedaan met een kijkoperatie (diagnostische laparoscopie met eileider(tuba)testen). Bij dit onderzoek wordt de vrouw onder volledige narcose gebracht. De buikholte wordt gevuld met koolzuurgas waardoor de buikwand oplicht en er een veilige werkruimte ontstaat om de kijkbuis in de buik te brengen. Via een klein gaatje onder de navel wordt de kijkbuis ingebracht. Aan die buis is een camera bevestigd, op de monitor kunnen baarmoeder, eierstokken en eileiders goed bekeken worden.